Kamperen met de motor

Kamperen is iets waar ik van jongs af aan mee grootgebracht ben. Het kamperen is begonnen als welpje bij de padvinderij.
Met wat vriendjes gingen we ook vaak kamperen in de buurt. De tent achterop de fiets, een primus om eieren te bakken en knakworstjes op te warmen, en zo bracht je de weekenden door.
Later volgde de bromfiets. Mijn kameraden en ik hadden toen een krantenwijk, waarvoor je van die grote, bruine, canvas krantentassen verstrekt kreeg. Voor een Haagse krantenwijk had je die enorme tassen ook wel nodig. Ook voor het kamperen waren die tassen ideaal. Trouwens, een alternatief had je toen niet (1960).
Volgepakt gingen wij op pad (als 16 jarigen) naar Duitsland. In de krantentassen o.a. een Petroleum vergasser (primus), een fles petroleum en een fles spiritus om het ding voor te verwarmen. De tent werd achterop gebonden (loodzwaar, maar oerdegelijk), een stormlamp (ook petroleum gestookt) werd achter aan de krantentas gehangen (als het ding ging lekken stonken je kleren ten minste niet), voor twee weken schone onderbroeken en sokken in de tas, en vooral veel gereedschap om de brommers lopende te houden. 
Als technische man van de club van vier was ik de sleutelaar en vaak de pineut om de boel te repareren.

Met mijn 18e jaar moest natuurlijk het motorrijbewijs gehaald worden. Nu kwam het motor kamperen aan de orde. Samen met een kameraad trokken we rond op een 125 cc Puch.

Toentertijd ging het allemaal niet zo snel. Met een snelheid van 80 km/uur sukkelde je naar zuid Duitsland en Zwitserland. Met z’n tweeën op een tweetakt Puch dubbelzuiger van 125cc (die dingen zijn nu zeldzaam), geen windscherm en rechtop in de wind was dat best een hele onderneming, zeker als het regende. Geld voor iets anders dan een camping hadden wij niet, dus na een regenbui maar blijven hopen dat alle natte spullen weer droog zouden waaien. De krantentassen die ook toen meegingen, waren beslist niet waterdicht.

In die tijd droomde je van een Norton, BSA, of een Matchless (oude legermachines waren in de jaren ‘60’ nog wel eens te koop), maar helaas, geld had ik toen niet, dus het bleef bij het tweetakt gepruttel. Na het trouwen werd het motor kamperen (en ook het motorrijden) snel minder. De laatste Puch die ik had sneuvelde tegen een auto, waarvan de bestuurder mij geen voorrang verleende. Het geld was nu nodig om de kindertjes groot te brengen.
Kamperen bleven wij echter wel doen. Eerst met de kinderen in een bungalow tent, je weet wel, zo’n kreng met die loodzware berg stokken. 
Met zo’n tent blijf je, eenmaal op de camping aangekomen, gewoon staan. Het afbreken en opbouwen van die hele santenkraam is toch een hoop werk. 
Die manier van kamperen beviel ons echter niet. Toen kwam er een Camplet vouwwagen (Deens fabrikaat: toen is waarschijnlijk de fundering gelegd voor de liefde voor Scandinavië). Wij konden dus nu met de kindertjes weer rondtrekken, wat meer in onze aard lag.

Al snel hadden wij met de vouwwagen Scandinavië ontdekt. De vakantietochten duurden toen ongeveer 4 weken,  waarin wij rond de 10 campings bezochten. Dit trekken was (en is) het einde voor ons en wij doen dat nu nog steeds.

Om de kosten van veerboten naar Scandinavië te beperken, besloten wij eens om de vouwwagen thuis te laten, en met twee tentjes op pad te gaan, één tentje voor de kinderen en één voor ons. Dat gekruip in die tentjes vonden wij toch eigenlijk veel gezelliger. Dus de vouwwagen werd verkocht.

Toen de kinderen niet meer mee gingen, besloot ik de motorhobby weer op te pakken (trouwens het motorrijden was in 1962 niet alleen een hobby, het was ook het enige vervoer dat je had). Een Yamaha XV750 SE werd aangeschaft. Dat was toch iets heel anders dan dat tweetakt gedoe van vroeger!
Dat was het begin van een nieuwe periode kamperen. Samen op de Yamaha, nu een lichtgewicht katoenen tentje achterop, Krauser koffers, behoorlijk waterdichte motorpakken. Wat een luxe! Wat een comfort! Wat wil je nog meer?
Nadat Inge haar rijbewijs had gehaald werd een tweede Yamaha aangeschaft.
Het kamperen ging nu op twee motoren, de XV750 SE en een XV535. 
Nog meer comfort! Nog meer bagageruimte!

Zoals de motorkampeerder weet, krijg je altijd leuke kontakten. Tijdens een hevige onweersbui zijn andere kampeerders heel bezorgd, en word je b.v. uitgenodigd om in hun caravan de bui af te wachten. 
Kontakten met andere motorkampeerders zijn altijd gezellig. Een praatje maken is er altijd wel bij. In Scandinavië (inderdaad, die streek bleef ook met de motor favoriet) vind je het meest Duitse motorrijders, natuurlijk op BMWs. De Hollanders vind je niet zo ver van huis, althans niet in het noorden.
Op de terugreis deden wij eens in Denemarken een grote camping aan op het eiland Mön (dicht bij de krijtrotsen). De receptioniste vertelde ons dat wij de eerste Nederlandse motorkampeerders waren die dat seizoen de camping bezochten! Rijden de Nederlanders dan toch alleen op zondag als het mooi weer is?

Toch wil je wat meer comfort. 
De XV535 van Inge werd ingeruild voor een Yamaha XV750, met windscherm, lekker comfortabel zadel. Mijn Yamaha was inmiddels al vervangen door een Harley-Davidson, Heritage FLSTC. Grote tassen, groot windscherm, ruime bagagemogelijkheden, heerlijk toeren, tentje achterop, perfect.

       

Met de motor kamperen is eigenlijk het aller leukste! Je maakt altijd wat mee, je maakt kontact met mede kampeerders (zeker met motorrijders), en als je een keertje slecht weer hebt, is dat snel vergeten als de zon weer doorkomt.
Als het zachtjes begint te regenen, denk je (hoop je), dat zal zo wel ophouden. Heb je pech dan houdt het niet op en is het op een gegeven moment te laat om het regenpak aan te trekken. Alles is dan al nat. Als je dan stopt om je laarzen leeg te gieten, zijn het op dat moment geen leuke belevenissen, maar achteraf heb je daar vaak de leukste herinneringen aan.
Zo waren wij eens op weg naar de veerboot naar Zweden, de sokken waren kletsnat geworden (weer te laat de overlaarzen aangetrokken). Maar ook toen werd het weer droog. Probeer dan maar eens droge sokken uit de bagage te halen, die je met veel zorg op je motor hebt gesjord.  Nou ja, geen tijd meer te verliezen, dus naar de boot. De sokken en laarzen hebben we aan dek gewoon te drogen gehangen, lekker in het zonnetje, veel bekijks van andere passagiers, gezellige kontakten, een uitnodiging om bij een Zweeds motorechtpaar (zij reden op een Goldwing) op bezoek te komen ergens aan de oostkust van Zweden, en voor je het in de gaten hebt ben je aan de overkant (Frederikshaven-Göteborg). De sokken bleken ook al aardig opgedroogd.

 

Kan het nog comfortabeler? Ja maar dan wel even iets anders. Wat is het geval. Na wat gezondheidsprobleempjes tijdens een vakantie naar Scandinavië, veroorzaakt door waarschijnlijk kou en nattigheid (ik was toen al 53), kwamen wij op het idee om toch maar wat comfortabeler te kamperen. 
Weet je wat, een bestelbus, de motor achterin (alleen de mijne, ha, ha), vanaf de camping lekker met z’n tweeën in de omgeving toeren. Zijn wij op die plaats uitgekeken, hup de motor in de bus (of met de bus meerijden, als het lekker weer is) en verder met de hap naar de volgende camping.
Ik weet het, voor de echte motorrijder is dit een onzalige gedachte. Maar ja, iedereen laat zijn gedachten wel eens de vrije loop gaan.
De bus is er toch gekomen. Een VW bestelbusje, maar de motor kan er dus NIET in en komt er ook niet in.
Dit busje gebruikten we voor de grote vakanties naar Scandinavië. Altijd lekker droog, voor ons ideaal.
Dit bestelbusje is inmiddels ingeruild voor een VW California, een super bus met nog meer comfort!

Maar het kamperen met de motoren blijft toch! Als "oudjes" (66 en 63 jaar (2010)) wachten we gewoon op mooi weer. We gaan niet al te ver weg (b.v. Friesland, Zeeland, Weser bergland, Luxemburg). Voor de lange tochten naar Scandinavië nemen we de VWbus (we hebben in het verleden genoeg nattigheid en kou gehad op de motor).

Het comfort tijdens het kamperen met de motoren is wel steeds groter geworden. Nu (sinds 2004) rijdt Inge op een Harley-Davidson Electra Glide Standard (FLHTI) met zijspan en ikzelf nog steeds op de Heritage Classic  (FLSTC) . Met het zijspan hebben we een enorme bagageruimte. Alles kan weer mee. Prachtig.

 

De lange tochten op de motor naar Scandinavië zullen er waarschijnlijk niet meer in zitten, maar hoe dan ook, het motorrijden in combinatie met kamperen zal voor ons beiden in ieder geval blijven bestaan, zolang het kan.

Leo