Allerlei  - Vrouwen aan de macht


Inhoud:

1. Vrouwen aan de macht in Zweden
2. Vrouwen aan de macht in Noorwegen (1)
3. Vrouwen aan de macht in Noorwegen (2)
4. Vrouwen aan de macht in Denemarken (1)
5. Vrouwen aan de macht in Denemarken (2)
6. Vrouwen aan de macht in Finland.

7. Vrouwen aan de macht in IJsland.

door Bob Verschoor,

december 2021

vulpen


1. Magdalena Andersson

meisje

Hoe Zweden voor het eerst een vrouw als minister-president krijgt.

Op woensdag 24 november werd zij eerst benoemd als minister-president, maar werd zij dezelfde middag weer gedwongen af te treden. Maandag 29 november probeerde zij het opnieuw en nu met succes. Het Zweedse parlement, de Riksdagen, benoemde haar opnieuw als de minister-president, in het Zweeds Statsminister.
Wat is er gebeurd?

Op 4 november 2021 trad de zittende premier Stefan Löfven af als partijvoorzitter van de sociaal-democratische partij (zeg maar: PvdA). Hij had het vertrouwen van zijn eigen partij verloren na de regeringscrisis in de zomer 2021, waarin zijn coalitie uiteen viel door het vertrek van de Miljöpartiet (de Groenen). Hij leidde een minderheidsregering van sociaal-democraten en groenen, en is dus mede afhankelijk van andere partijen in het parlement, niet ongebruikelijk in Zweden.
Magdalena Andersson wordt door het partijcongres als zijn opvolger gekozen.
Vorige week trad Löfven af als minister-president. Magdalena Andersson wil hem gaan opvolgen. De regering kan dan zonder Löfven aanblijven als overgangsregering tot de verkiezingen in september 2022.

Magdalena Andersson (geen familie van ABBA) wordt de nieuwe kandidaat-premier, die een herstart van het laatste rood-groene kabinet voorstelt met haarzelf als kandidaat Statsminister. De ministersploeg blijft grotendeels gelijk aan de vorige regering. Bij de stemming in het parlement krijgt zij een minderheid van de stemmen (117), maar omdat minder dan de helft tegen is (174), wordt zij toch aanvaard (57 onthoudingen). Zo schrijft de grondwet dat voor. Daarmee worden onthoudingen als “gedoogsteun” geteld. De Riksdagen heeft 349 leden.
Dan een nieuwe begroting. Als ex-minister van financiën is dat natuurlijk een makkie. Zeker voor nog één jaar, want in september 2022 zijn er nieuwe verkiezingen. Maar de oppositie denkt daar anders over en dient een tegenbegroting in. Bij deze stemming verliest Magdalena het en de tegenbegroting wordt aanvaard. Zij denkt daar wel mee verder te kunnen, door wat onderhandelen met verschillende partijen moeten er wel oplossingen gevonden kunnen worden.
Maar haar coalitiepartner Miljöpartiet (Groenen, 16 zetels) denkt daar anders over, en trekt de steun in. Magdalena moet aftreden.

Deze week dus een nieuwe poging. Nu een minderheidskabinet van alleen sociaal-democraten (100 zetels), een nog kleinere minderheid. Bij de stemming krijgt zij 101 stemmen voor en 173 tegen, en 75 onthoudingen. Dat is weer minder dan de helft tegen, en dus aanvaard. Magdalena Andersson wordt opnieuw benoemd als Statsminister.
Maar het kabinet is nog niet helemaal compleet. Door de snelheid van werken zijn de posten die door de Miljöpartiet bezet zouden worden nog niet ingevuld. Dat komt de volgende dag. Dan is de constituerende vergadering op het Koninklijk Paleis, voorgezeten door koning Carl XVI Gustaf en in aanwezigheid van kroonprinses Victoria.
Dan kan ook de traditionele foto (zonder koning en prinses) op Lejonbacken gemaakt worden.

meisje

En dan op naar de verkiezingen in september 2022.

*bijgaande foto’s zijn uit Wikipedia afkomstig

terug naar inhoudsopgave


2. Vrouwen aan de macht in Noorwegen (1)

In Nederland wordt regelmatig gesproken over de mogelijkheid van een vrouw in het bekende torentje aan de Hofvijver. Maar meestal zijn de kandidaten wel capabel maar niet van de juiste partij om deze positie te kunnen bekleden. 
Vaak wordt dan gekeken naar vrouwen als Angela Merkel die zojuist na 16 jaar Bundeskanzlerin op bescheiden wijze afscheid heeft genomen door zich niet weer verkiesbaar te stellen. Ook wordt gekeken naar Jacinda Ardern, de succesvolle premier van Nieuw Zeeland. Margaret Thatcher, lijkt al weer bijna vergeten. 
Weinigen realiseren zich dat in vier van de vijf Scandinavische landen vrouwen het hoogste ambt bekleden, en hun namen zijn vrijwel niet bekend.
In aansluiting op mijn vorige artikel over de nieuwe premier van Zweden, Magdalena Anderson, wil ik verder gaan met een serie artikelen over Vrouwen aan de macht in de Scandinavische landen.

Hoe er een einde kwam aan het tweede tijdperk van een vrouw als minister-president van Noorwegen.

Terwijl er in Stockholm in relatieve stilte een machtsoverdracht werd voorbereid, werd de strijd in Noorwegen heel openlijk gevoerd want op 13 september 2021 vonden er verkiezingen plaats en de inzet was de meerderheid in de Storting (het Noorse parlement) en daarmee het Statsministeriet (minister-presidentschap) in Oslo.

erna Erna Solberg (Høyre (Rechts), een liberaal-conservatieve partij, het beste vergelijkbaar met de VVD) is acht jaar minister-president geweest: van 16 oktober 2013 tot 14 oktober 2021 en daarmee de langst zittende premier van haar partij. 
Zij is geboren in Bergen op 24 februari 1961 en is 8 jaar parlementslid voor Hordaland (de provincie rond Bergen) geweest. Zij was enkele jaren actief in de regionale politiek en werd in 2004 partijleider en fractievoorzitter van Høyre (Rechts) in de Storting.
In haar eerste periode als Statsminister van 2013 tot 2017 leidde zij een coalitie van Rechts en de  Vooruitgangspartij (conservatief-liberaal, ongeveer zo iets als de PVV). Deze coalitie had een minderheid van 77 zetels tegen 72 voor de rood-groene oppositie (in totaal 169 zetels in de Storting). Gedoogd door enkele kleinere partijen kon zij regeren, niet ongebruikelijk in Noorwegen.

In de verkiezingen van 11 september 2017 leden de regeringspartijen kleine verliezen waardoor er nog een partij nodig was om de coalitie te kunnen voortzetten. Het werd iets wat ik een soort van duiventil-coalitie zou willen noemen. In januari 2018 trad Venstre (Links, sociaal-liberaal, zo iets als D66) toe. Toen was het een meerderheidsregering, ook wel bekend als de blauw-groene regering.
In januari 2019 trad ook de Kristelig Folkeparti (christen-democraten, zeg maar CDA) toe maar in januari 2020 na een conflict over de immigratie in Noorwegen stapte de Vooruitgangspartij uit de coalitie. De coalitie steunde toen weer op een minderheid in het parlement maar ging verder met gedoogsteun van andere kleine partijen tot de verkiezingen in september 2021.

Wij zien hier dat een minderheidsregering goed kan werken zolang de meningsverschillen tussen de partijen niet te groot zijn. In de tweede periode had Erna Solberg er meer moeite mee de zaak bij elkaar te houden. Toen de meningsverschillen over immigratie toenamen, werd dat nog moeilijker. Omdat in deze zaak ook de meningen in het land nogal uiteenliepen, kon de oppositie met duidelijk andere keuzes hun positie verbeteren.

Bij de verkiezingen van 13 september 2021 leden de coalitiepartijen een gevoelig verlies (47 zetels) en was voortzetting van deze coalitie niet langer mogelijk. Er kwam een rood-groene regering onder leiding van Jonas Gahr Støre (Arbeiderpartiet en Miljøpartiet)
Erna Solberg is nu nog parlementslid voor Hordaland. 

Disclaimer:
Vergelijkingen tussen partijen in Noorwegen en Nederland zijn indicatief bedoeld. Zij zijn betrekkelijk en relatief en betekenen niet dat de partijen zelf er ook zo tegenaan kijken.

Volgende keer: Gro Harlem Brundtland (premier van Noorwegen tussen 1981 en 1996)  

terug naar inhoudsopgave


3. Vrouwen aan de macht in Noorwegen (2)

Gro Harlem Brundtland, de eerste vrouw als regeringsleider van Noorwegen.

Gro Harlem werd geboren op 20 april 1939 in Bærum bij Oslo. Zij studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Oslo (1960-1964) en aan de Harvard University in Cambridge, Massachusetts, USA (1964-1965). In 1960 trouwde zij met Arne Olav Brundtland. Van 1966 tot 1974 werkte ze voor de gezondheidsdienst in Oslo.

Van 1974-1979 was zij Minister van Milieuzaken voor de Arbeiderparti (sociaal-democraten).gro
Daarna werd zij lid van het Storting (Parlement).
In februari 1981 werd zij benoemd als de Statsminister (minister-president) in Noorwegen. Zij was daarmee de eerste vrouwelijke minister-president in Scandinavië.
Zij leidde een minderheidsregering tot de verkiezingen van september 1981. Haar partij is dan de grootste in het Storting maar heeft er geen meerderheid. Bij de verkiezingen verloor haar partij en kon zij geen nieuwe regering vormen. Er kwam een rechtse coalitie aan het bewind.

In 1986 viel de conservatieve regering waarop een nieuwe regering gevormd kon worden met Gro Harlem Brundtland als premier. Haar tweede kabinet telde 8 vrouwen op 18 ministers. In 1989 verloor haar partij weer bij de verkiezingen waarna er opnieuw een rechtse regering kwam.

Na een jaar trok de Senterparti (Centrumpartij) de stekker uit de rechtse coalitie. Toen kon Gro Harlem Brundtland in november 1990 opnieuw een links minderheidskabinet vormen dat gesteund werd door enkele kleine partijen in het midden.
In deze periode vormde de Europese kwestie de belangrijkste politieke discussie in Noorwegen.
Wilde Noorwegen tot de EU toetreden of niet? De partijen, zowel links als rechts, hadden daarover uiteenlopende meningen. In 1972 had het Noorse volk dit in een referendum al afgewezen. In 1994 volgde een tweede referendum waarin de Noorse bevolking opnieuw toetreding afwees. Daardoor kon Noorwegen later ook niet aan de Euro meedoen.
In oktober 1996 legde Gro Harlem Brundtland haar ambt neer en stapte uit de politiek.
In haar tijd als premier stond zij bekend als landsmoderen (de moeder van het land).

In 1998 werd zij algemeen directeur van de WHO, de Wereld Gezondheidsorganisatie van de Verenigde Naties, voor een periode van 5 jaar. Voor haar werk bij de WHO ontving zij diverse internationale onderscheidingen.

Op 22 juli 2011 ontliep ze de aanslag op het eiland Utøya. Zij was na een bezoek aan Utøya net vertrokken voordat de schietpartij begon.

Volgende keer: Helle Thorning-Schmidt, de eerste vrouw als regeringsleider in Denemarken.

terug naar inhoudsopgave


4. Vrouwen aan de macht in Denemarken (1)

Helle Thorning-Schmidt, de eerste vrouw als minister-president van Denemarken.

In Denemarken wordt wel gezegd dat de TV-serie Borgen (2010) de weg heeft geëffend voor een vrouw als minister-president. Ik weet niet of dat waar is, maar een jaar later is het wel de realiteit.
Op 3 oktober 2011 werd Helle Thorning-Schmidt benoemd als eerste vrouwelijke Statsminister in Borgen, officiëel de Christiansborg zoals het Binnenhof in Kopenhagen heet. sanna

Helle Thorning-Schmidt werd geboren op 14 december 1966 in Rødovre, een deelgemeente van Kopenhagen. Zij studeerde politicologie aan de Universiteit van Kopenhagen en Europese studies in Brugge (België). Ze is getrouwd met Stephen Kinnock, de zoon van de Britse Labourleider Neil Kinnock.

Haar politieke carrière begon toen ze in 1999 werd gekozen in het Europese Parlement voor de Sociaaldemocratische partij.
In de verkiezingen van 8 feb 2005 werd zij gekozen in het Folketing (Deense parlement). Verder werd ze op 12 april 2005 gekozen tot partijvoorzitter van de Sociaaldemocraten in Denemarken.

Na de verkiezingen van 15 september 2011 kon zij met de Links Radikalen (sociaal-liberalen), de Socialistische Volkspartij (een soort groen-links) en de Eenheidslijst (een soort SP) een linkse regering vormen. Ze kreeg ook steun van de twee afgevaardigden van Færøer. Op 3 oktober 2011 werd zij benoemd tot minister-president van Denemarken.
Toen er in 2014 beroering ontstond nadat de energiemaatschappij Dong verkocht werd aan Goldman Sachs stapte de Socialistische Volkspartij uit de regering en verloor Helle Thorning-Schmidt haar steun in het Folketing. De minister-president en de minister van Economie en Binnenlandse zaken Margrethe Vestager (Links Radikalen) namen de verantwoordelijkheid en de regering moest aftreden. Daarna vormde Helle Thorning-Schmidt een nieuwe regering.
Zes ministers van de SF (Socialistische Volkspartij) kwamen niet terug. Ook Margrethe Vestager kwam niet terug, zij werd Eurocommissaris voor Mededingingszaken in Brussel. Diverse ministers bleven maar kregen een andere post en de overige posten werden opgevuld uit de coalitiepartijen die overbleven.

Bij de verkiezingen van 18 juni 2015 worden de Sociaaldemocraten van Helle Thorning-Schmidt de grootste partij maar de Dansk Folkeparti (opvolger van de Fremskridtsparti, een soort PVV) is de grote winnaar. Grote verliezer is de Links Radikale partij van Margrethe Vestager.
De Sociaaldemocraten zijn daarna niet in staat voldoende steun in het Folketing bijeen te brengen om een nieuwe regering te vormen. Er komt een centrum-rechtse regering onder leiding van Lars Løkke Rasmussen.

In januari 2016 verlaat Helle Thorning-Schmidt het Folketing en de Deense politiek. Zij wordt directeur van Save the Children en verhuist met haar gezin naar Londen. Als partijvoorzitter van de Sociaaldemocraten wordt zij opgevolgd door Mette Frederiksen.

terug naar inhoudsopgave


5. Vrouwen aan de macht in Denemarken (2)

Mette Frederiksen, de tweede vrouw als minister-president van Denemarken.

Mette Frederiksen is geboren op 19 november 1977 in Aalborg.mettte
Zij studeert maatschappijleer aan de Universiteit van Aalborg en haalt in 2009 een master in Afrikaanse studies aan de Universiteit van Kopenhagen.

Op 20 november 2001 wordt zij gekozen als lid van het Folketing (Deense Parlement) voor de Sociaaldemokraten.
Van oktober 2011 tot 2014 wordt zij minister van arbeid in de regering Thorning-Schmidt. In oktober 2014 wordt ze minister van Justitie, tot verkiezingen van 2015.
Na het vertrek van Helle Thorning-Schmidt in juni 2015 volgt zij haar op als partijleider van de Sociaaldemokraten.

Bij de verkiezingen van 5 juni 2019 worden de Sociaaldemokraten onder leiding van Mette Frederiksen de grootste partij. De grote verliezer is de Dansk Folkeparti (een soort PVV). Zij krijgt dan de opdracht een nieuwe regering te vormen.
Met de partijen Radikaal Links (sociaal-liberaal, een soort D66), Sociaal Links (ongeveer groen-links) en de Eenheidslijst (een soort SP) kunnen de Sociaaldemocraten een meerderheid in het Folketing vormen.
Op 27 juni 2019 wordt Mette Frederiksen als tweede vrouw Statsministeren (Minister President) van Denemarken. Tot op heden bekleedt zij deze positie. De volgende parlementsverkiezingen zijn in de zomer 2023.

In november 2020 ontstaat beroering in Denemarken over de besmettelijkheid van pelsdieren met betrekking tot corona. Uit onderzoek van het Statens Serum Institut, de Deense tegenhanger van het RIVM, wordt het gevaar gesignaleerd dat pelsdieren de besmetting op mensen kunnen overdragen. Daarom besluit de regering om alle pelsdieren te laten ruimen. De Deense beweging voor Dierenbescherming verzet zich hier fel tegen, maar het gaat toch door. In Nederland wordt dit in 2021 ook gedaan.

Opmerkelijk is het Deense Immigratiebeleid. Het land staat bekend vanwege hun harde toelatingscriteria. Er komen dan ook heel weinig asielzoekers naar Denemarken. De minister voor immigratiezaken Mattias Tesfaye, Sociaaldemocraat en zoon van een immigrant uit Ethiopië en een een Deense moeder, heeft onlangs voorgesteld om asielzoekers tijdens de toelatingsprocedure in een Afrikaans land onder te brengen en pas na goedkeuring van hun aanvraag in Denemarken toe te laten. Tot nu toe is geen Afrikaans land bereid gevonden hieraan mee te werken.

terug naar inhoudsopgave


6. Vrouwen aan de macht in Finland.

Sanna Marin, minister-president van Finland.

Sanna Marin werd geboren op 16 november 1985 in Helsinki. In haar jeugd woonde zij in Pirkkala bij Tampere met haar moeder en de vrouwelijke partner van haar moeder. Zij studeerde bestuurskunde aan de Universiteit van Tampere.
Haar politieke carrière begint in 2012 als zij wordt gekozen in de gemeenteraad van Tampere voor de SPD (sociaaldemocraten). In 2013 wordt zij fractievoorzitter.

sanna

In 2015 wordt zij in de Eduskunta (het Finse parlement) gekozen voor het district Pirkanmaa rond Tampere waar zij woont. Het Finse parlement heeft een enkelvoudige kamer met 200 zetels.
Na de verkiezingen in 2019 wordt zij minister van verkeer en communicatie in het kabinet van Antii Rinne. Premier Rinne stapt echter op in december 2019 nadat hij het vertrouwen van een van de coalitiepartijen (de Centrumpartij) verliest. Daarna wordt Sanna Marin door haar partij voorgedragen als minister-president (in het Fins: Pääministeri). Zij wordt dan op 10 december 2019 ‘s werelds jongste regeringsleider (34 jaar). Op 23 augustus 2020 wordt zij ook gekozen als partijleider van de sociaaldemocraten.

Sanna Marin woont met haar man Markus Räikkönen en dochter Emma (geboren januari 2018) in Tampere. Zij trouwen in augustus 2020 in Villa Bjälbo (de ambtswoning van de premier in Helsinki). Sanna Marin is vegetariër.

Marin zet de regeringscoalitie van haar voorganger voort. Zij hebben een meerderheid in het parlement. Wel vinden er enkele wisselingen plaats tussen de ministers. In het kabinet zitten dan 11 vrouwen en 8 mannen.
De coalitie bestaat uit de volgende partijen: SPD (sociaaldemocraten),
Keskusta (Centrumpartij met een nieuwe partijleider na de breuk met Rinne),
Vihreät (Groen verbond, milieupartij), Vasemmistoliitto (Links verbond zoiets als SP)
en de SFP (Svenska folkpartiet, de partij van Zweeds sprekende Finnen).

Alle coalitiepartijen hebben een vrouw als partijleider. Vier van hen zijn jonger dan 40 jaar. Ondanks de politieke verschillen vormen deze vier vrouwen een hechte groep en daarmee hebben zij veel invloed op de Finse politiek.

terug naar inhoudsopgave


7. Vrouwen aan de macht in IJsland.katrin

Katrín Jakobsdóttir, minister-president van IJsland.

Katrín Jakobsdóttir werd geboren in Reykjavík op 1 februari 1976.
Zij studeerde IJslands en Frans aan de Universiteit van IJsland en promoveerde op een scriptie over de IJslandse detective-schrijver Arnaldur Indriðason.
Zij werkte een aantal jaren in de mediawereld en als docent aan de universiteit.

Sinds 2003 is zij actief in de politieke beweging Vinstri Græn (VG), vergelijkbaar met Groen-Links in Nederland.
In 2007 wordt zij gekozen als lid van het Althing (het IJslandse parlement) voor het district Reykjavik Noord. Het Althing is een parlement met een enkelvoudige kamer en heeft 63 zetels. Het IJslandse parlement werd gesticht in 930 en is het oudste nog werkende parlement ter wereld.
Van 2009 tot 2013 is zij minister van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur.
In 2013 wordt zij gekozen als partijvoorzitter van Vinstri Græn.

Na de parlementsverkiezingen op 30 november 2017 wordt Katrín Jakobsdóttir Forsætisráðherra (minister-president) van IJsland. Katrin is de tweede vrouw als minister-president van IJsland na Jóhanna Sigurðardóttir die van 2009 tot 2013 minister-president was.
De regeringscoalitie bestaat uit de Onafhankelijkheidspartij (16 zetels over, na een gevoelig verlies van 5 zetels), Vinstri græn (krijgt 11 zetels, 1 winst) en de Progressieven (blijven op 8 zetels). Daarmee heeft deze coalitie een meerderheid in het parlement. Dat Katrin als leider van de tweede partij (in zetels) minister-president wordt, heeft waarschijnlijk te maken met het verlies dat de Onafhankelijken (nog steeds de grootste partij) hebben geboekt.

Na de verkiezingen van november 2021 behoudt de coalitie een meerderheid. Door een verlies van haar partij van 3 zetels (8 zetels over) wordt Vinstri Græn de kleinste coalitiepartij. De Onafhankelijken houden 16 zetels, de Progressieven krijgen er dan 13 (winst 5). Toch kan Katrín Jakobsdóttir weer minister-president worden. Kennelijk zijn de partijen erg tevreden over haar.

In 2020 wordt Katrín ook benoemd tot voorzitter van de Raad van Vrouwelijke Wereldleiders, met bekende leden zoals Angela Merkel en Jacinda Ardern. Ook Mette Frederiksen (Denemarken) en Sanna Marin (Finland) zijn hiervan lid.

Dit is het laatste artikel in de serie over Vrouwen aan de Macht in Scandinavië.

Bob Verschoor.

terug naar inhoudsopgave